Misdiagnoses en INPP

misdiag

 

afscheiddabrowski-pg_

Mijn visie is geïnspireerd op bovenstaande boeken, personen en inzichten.

Hoogbegaafdheid vs ADHD
Hoogbegaafde kinderen kunnen onoplettend zijn, zich vervelen, of dagdromen. Dit betreft specifieke situaties. Hoogbegaafde kinderen zijn – in tegenstelling tot kinderen met ADHD- wel in staat tot volgehouden aandacht. Ze kunnen langdurig hun aandacht ergens op vestigen (mits gemotiveerd), terwijl een kind met ADHD dit vrijwel nooit kan; bij geen enkele activiteit echt langdurig.

Een hoogbegaafd kind kan met volwassenen (leerkrachten, ouders) in een strijd verwikkeld raken, omdat het regels ter discussie kan stellen. Kinderen met ADHD stellen deze regels niet zo zeer ter discussie, maar vinden het vaak lastig om zich aan regels en aanwijzingen te houden (bijvoorbeeld vanwege zwakke executieve functies/ zwakke inhibitie).
Hier volgt binnenkort meer informatie. Mocht u nu al vragen hebben, bel gerust of kom langs.

 

INPP

Het Neuromotorisch Ontwikkelingsprogramma van het INPP gaat uit van het idee dat leer- en gedragsproblemen ontstaan door onvolgroeide reflexen. Bij leer- en gedragsproblemen kan het zijn dat er sprake is van een motorische remming of blokkade door nog aanwezige primitieve reflexen en/of onderontwikkelde posturale reflexen (houdingsreflexen). Door het aanbieden van specifieke oefeningen kunnen deze reflexen zich alsnog ontwikkelen. Hierdoor kunnen leer- en gedragsproblemen bij het kind afnemen en zelfs geheel verdwijnen.

 

De screening  

Primitieve reflexen

Reflexen zijn ‘automatische reacties’. Primitieve reflexen zijn een groep reflexen die een baby ontwikkelt in de baarmoeder. Deze reflexen zijn volledig ontwikkeld bij de geboorte van een voldragen baby. De primitieve reflexen helpen de baby om te overleven en te ontwikkelen. Normaal gesproken ‘verdwijnt’ zo’n reflex naar de achtergrond in het systeem op het moment dat deze niet meer nodig is. Wanneer reflexen niet verwerkt zijn, en dus niet uit het systeem verdwijnen, kan dit allerlei symptomen met zich mee brengen, zoals:

–              Problemen met lezen en schrijven

–              Dyslexie

–              Dyspraxie

–              AD(H)D

–              Onderpresteren

–              Gedragsproblemen

–              Onrust/ beweeglijkheid

–              Taal en rekenen problemen

–              Functioneel zien

–              Functioneel horen

Tijdens de screening worden verschillende tests uitgevoerd om vast te stellen welke reflexen bij het kind nog aanwezig zijn. Op basis van deze uitkomsten wordt gekeken of het kind baat kan hebben bij het Neuromotorisch Ontwikkelingsprogramma.

Voor meer informatie, neem contact op met de praktijk

06-83349099