Hoogbegaafdheid en hooggevoeligheid

Hoogbegaafd, wat is dat nou eigenlijk?

_mg_2283

Er bestaan veel verschillende theorieën over hoogbegaafdheid. Hooggevoeligheid is mijns inziens een wezenlijk en onverbrekelijk deel van de persoonlijkheid van hoogbegaafde individuen, van hun ‘Zelf’. De theorieën die mij het meeste aanspreken treft u aan wanneer u klikt op de items in de submenu’s.
Goochem in Balans biedt onderzoek en begeleiding op het gebied van (hoog)begaafdheid en hooggevoeligheid.

Een collega van mij (Geke Maes) omschrijft hoogbegaafde personen als volgt:

“Hoogbegaafde kinderen kenmerken zich door een hoger bewustzijn, een creatieve manier van denken en een intense manier van beleven. Hun intellectuele capaciteiten en persoonlijke talenten komen het beste tot uiting in een stimulerende omgeving en bij intrinsieke motivatie en gedrevenheid.”

Ik sluit mij volkomen aan bij deze omschrijving.

WP_20171014_17_31_50_Pro

Het stereotiepe hoogbegaafde kind bestaat niet. Het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid heeft onlangs een brochure uitgebracht waarin ze de volgende, mogelijke kenmerken van hoogbegaafde kinderen hebben opgenomen:

  • Ongewone alertheid vanaf zeer jonge leeftijd
  • Snel Ieren, het vermogen om snel verbanden te leggen
  • Een zeer goed geheugen (veel informatie wordt onthouden)
  • Ongebruikelijk grote woordenschat en complexe zinsbouw voor de leeftijd
  • Vergevorderd begrip van taalnuances, metaforen en abstracte ideeën
  • Plezier in het oplossen van rekenkundige problemen en puzzels
  • Zelfstandig kunnen lezen en schrijven, vaak al voordat zij voor het eerst naar school gaan
  • Ongebruikelijke emotionele diepgang, intense gevoelens en reacties, hoogsensitief
  • Abstract denken: complex, logisch en vanuit inzicht
  • Idealisme en rechtvaardigheidsgevoel vanaf jonge leeftijd
  • Sterk gevoel van betrokkenheid bij maatschappelijke en politieke kwesties
  • Langere aandachtsspanne, volharding en intense concentratie
  • Vaak in gedachten verzonken, neiging tot dagdromen
  • Ongeduld jegens eigen onvermogen en dat van anderen
  • Het vermogen om basisvaardigheden sneller en met minder oefening te Ieren
  • Het stellen van onderzoekende vragen, die verder gaan dat wat aangeleerd wordt
  • Brede belangstelling en/of diepe belangstelling in een specifiek onderwerp
  • Hoog ontwikkelde nieuwsgierigheid en een ongelimiteerde voorraad vragen
  • Interesse in experimenteren en het dingen op andere manieren doen dan gebruikelijk
  • De neiging om ideeën of dingen op een niet voor de hand liggende manier te combineren (divergent denken)
  • Scherp en soms ongebruikelijk gevoel voor humor, houden van woordspelingen
  • Houden ervan om zaken en mensen te organiseren door middel van complexe spelletjes of schema’s
  • Spelen (met name in de kleutertijd) met denkbeeldige vriendjes en hebben een levendige fantasie.